Aan vrijwel elke kwaliteitseis die je aan een normaal product zou stellen, wordt bij software niet voldaan, beweert hij in zijn oratie die hij op vrijdag 5 maart uitspreekt in Heerlen. “Standaardisatie, gegarandeerde eigenschappen, veiligheid: vergeet het maar… Het wordt tijd dat er veel meer aandacht besteed wordt aan de analyse van software in plaats van ontwikkeling!”, aldus Van Eekelen.
Volgens de hoogleraar maakt de grote afhankelijkheid van computers enerzijds frustratie en agressie los wanneer computers niet doen wat we van ze verwachten, maar kan dit anderzijds ook tot grote maatschappelijke schade leiden. Als voorbeeld noemt hij wanneer er iets mis gaat met de software van een energiecentrale. Bij veiligheidskritische en bedrijfskritische systemen wordt daarom veel getest en bestaan er standaarden. Die standaarden stellen echter vooral eisen aan het proces en geven geen garantie dat het product van goede kwaliteit is.
In de softwarewereld zijn er volgens van Eekelen verrassend weinig middelen om software als product te analyseren. “Het eindresultaat analyseren is niet gangbaar in de softwarebedrijven. In de academische wereld wordt wel uitgebreid onderzoek naar softwareanalyse gedaan en de eerste resultaten worden nu op bescheiden schaal toegepast.”
Van Eekelen noemt het evident dat het belang van softwareanalyse zal groeien. “Niet alleen vanwege het voorkomen van fouten, maar ook om juridische conflicten over aansprakelijkheid te vermijden.” In zijn oratie geeft hij aan wat hij op onderwijs- en onderzoeksgebied wil gaan doen om de kwaliteit van software te verbeteren. Te denken valt hierbij aan formele softwareanalyse, de Maeslantkering, slimme meters, Wikiwijs, het informaticaonderwijs op de middelbare school en een nieuwe masteropleiding aan de Open Universiteit. Van Eekelen (1956) is voor 0,3 fte als hoogleraar Softwaretechnologie werkzaam voor de Open Universiteit. Voor het overige deel van de werkweek is hij verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, bij het Institute for Computer and Information Sciences (ICIS).
Marko van Eekelen
| 10 maart 2010 | 12:07
Voor wie er meer van wil weten: mijn volledige oratie (met alle uitleg en nuances) is beschikbaar op
http://www.ou.nl/Docs/Onderzoek/Oraties/2010/Marko_van_Eekelen_LevenLangComputerenofFoeteren.pdf
alpha
| 6 maart 2010 | 00:22
Wat een interessant idee ! We bedenken nieuwe software, stemmen die af met gebruikers in alle mogelijke verschillende rollen, ontwerpen prototypes, stemmen weer af, passen weer aan, testen, stellen de software weer bij, testen nogmaals in alle mogelijke situaties, implementeren nogmaals verbeteringen, stemmen finaal af met alle betrokkenen, geven ten slotte een definitieve versie van de nieuwe software vrij. En dan komt er een professor softwaretechnologie, die beweert dat de hele wereld toch eigenlijk wacht op analyse van de software. Dat lijkt een beetje laat.
Natuurlijk kan het vanuit academisch oogpunt een heel knappe exercitie en wellicht zelfs een grote uitdaging zijn om de klare software-producten nog eens flink onder de loep te nemen. Als je software-ontwikkelaars ongebreideld hun gang laat gaan, wat kun je dan aflezen aan het eindproduct ? Wat gebeurt er in omgeving A, waartoe leidt een omgeving B en hoe vind je een omgeving C terug in de software ?
Zonder dat ik enige academische pretenties heb op dit gebied, waag ik me aan een voorspelling:
Naarmate software meer gestructureerd en methodisch ontwikkeld wordt, voldoet die software veel meer aan de eisen die professor van Eekelen in de meeste software zo node mist.
Overbodig om software te analyseren ? Zeker niet. Maar het lijkt mij maar een heel klein stapje in de volledige keten. Een stapje dat erop gericht moet zijn de standaardeisen en requirements te ontwikkelen, die dan weer input zijn voor een volgend ontwikkeltraject.
Software analyseren om je te verlustigen over de schoonheid, of te huiveren over de dwaalsporen en dwaasheden die erin vervlochten zijn is een zinloze bezigheid. Software hangt niet in museum, staat niet in vitrine, maar zorgt ervoor dat minder of meer vitale bedrijfs- en overige functies uitgevoerd worden. Eenmaal operationeel en uitgerold kan de software natuurlijk wel weer aangepast worden om te voldoen aan alle soorten van standaardisatie en dergelijke die verzonnen kunnen worden, maar de kosten en moeite die dat in dat stadium kost, zijn vele malen hoger dan de kosten van aanpassingen, die al veel eerder, in het ontwikkeltraject, plaatsvinden.
Laten we – zeker in deze tijden van outsourcing – liever onze tijd en aandacht richten op gestructureerd programmeren, op softwarearchitectuur en op methodisch ontwikkelen, dan op het gehoor geven aan een stem die oproept juist vol op softwareanalyse in te zetten. De nadruk hoort altijd daar te liggen, waar ingrijpen met zo min mogelijk moeite gerealiseerd kan worden. Het verzamelen en analyseren van gegevens achteraf heeft in mijn ogen maar een zeer beperkte praktische waarde.
Ronald Wouterson
| 4 maart 2010 | 18:15
ik constateer dat de betere werkwijze zoals die tot zo een jaar of 15 geleden nog redelijk in zwang was bij de diverse financiele instellingen en zelfs bij sommige overheden, in academische kringen volledig onbekend is. Bij methodisch werken, gaat het niet om checklists en het accent op controles achteraf. Het gaat om een werkwijze met ingebouwde feedback, zodat de beoefenaren vroegtijdig geconfronteerd worden met eventuele onvolkomenheden. Binnen het bedrijfsleven zijn er genoeg uitstekende bedrijfsbreed ingezette applicaties te vinden die jarenlang probleemloos draaien, die goed onderhoudbaar en overdraagbaar zijn, etc. Ook zijn er zeer goede tools beschikbaar om rijstebrij-bergen te doorgronden. De prof draait de zaken om. Verbijsterend.
seelig
| 3 maart 2010 | 15:22
De stelling van deze prof is de wereld op z’n kop. Je bent te laat als je aan het einde van de productie straat gaat analyseren of het product de behoefte dekt. Een goed ingerichte productie straat resulteert over het algemeen in een product die de behoefte dekt.
Testen (luisteren samenvatten doorvragen) begint al in de interview fase waarin de behoefte in kaart wordt gebracht. Na het interview wordt de behoefte in de vorm van SMART (Specifiek Meetbaar Acceptabel, Realistisch Tijdsgebonden) requirements gevisualiseerd. De belanghebbende kunnen deze vervolgens opnieuw overdenken. Na deze fase denken we na over de oplossingsstrategie. Ook hier feedback met de belanghebbende. Past de oplossing? Een maak en haalbaarheidsanalyse bied inzicht in een SMART oplossingsrichting. De oplossingsrichting is helder, we kunnen de activiteiten gaan plannen. Tijdens de uitvoer van de activiteiten meten we continue of we aan de specificaties voldoen. (dit doen we met de aan de hand van de requirements ontwikkelde test scenario’s) . Het uiteindelijke resultaat een product dat zich conformeert aan de specificaties.
Als het product aan het einde van een productiestraat niet voldoet, dan kan je beter afvragen of de behoefte wel duidelijk was.
Camiel
| 3 maart 2010 | 13:43
Weet je wat er ook nog geen standaarden hebben? Deuren. Al 30 eeuwen in productie!
Soms moet je duwen, soms moet je trekken. Dan zit er soms een knop op, maar soms een handvat! Soms gaan ze naar links open, soms naar rechts! Gewoon geen standaarden!
Aan vrijwel elke kwaliteitseis die je aan een normaal product zou stellen, wordt bij deuren niet voldaan, beweert Camiel Koomen in zijn oratie die hij op woensdag 3 maart uitspreekt in zijn bescheiden woonkamer. “Standaardisatie, gegarandeerde eigenschappen, veiligheid: vergeet het maar… Het wordt tijd dat er veel meer aandacht besteed wordt aan de analyse van deuren in plaats van ontwikkeling!”, aldus Koomen.
Volgens de zelfverklaarde hoogleraar maakt de grote afhankelijkheid van deuren enerzijds frustratie en agressie los wanneer deuren niet doen wat we van ze verwachten, maar kan dit anderzijds ook tot grote maatschappelijke schade leiden.
Als voorbeeld noemt hij wanneer er iets mis gaat met de deuren van een energiecentrale. Bij veiligheidskritische en bedrijfskritische deuren wordt daarom veel getest en bestaan er standaarden. Die standaarden stellen echter vooral eisen aan het proces en geven geen garantie dat het product van goede kwaliteit is.
In de deurenwereld zijn er volgens van Koomen verrassend weinig middelen om deuren als product te analyseren. “Het eindresultaat analyseren is niet gangbaar in de deurenbedrijven. In de academische wereld wordt wel uitgebreid onderzoek naar deurenanalyse gedaan en de eerste resultaten worden nu op bescheiden schaal toegepast.”
Koomen noemt het evident dat het belang van deurenanalyse zal groeien. “Niet alleen vanwege het voorkomen van fouten, maar ook om juridische conflicten over aansprakelijkheid te vermijden.” In zijn oratie geeft hij aan wat hij op onderwijs- en onderzoeksgebied wil gaan doen om de kwaliteit van deuren te verbeteren.
Te denken valt hierbij aan formele deurenanalyse, de Maeslantkering, slimme meters, Wikiwijs, het deurenonderwijs op de middelbare school en een nieuwe masteropleiding aan de Open Universiteit.
Tevens is er dringende behoefte aan een Ministerie van Deuren.
Koomen (1980) is voor 0,3 fte als hoogleraar deurentechnologie werkzaam aan de universiteit van Hardewijk.
Om over kranen nog maar te zwijgen.
Pieter
| 3 maart 2010 | 13:28
Geeuw: auto's starten soms ook niet, vliegtuigen vallen soms ook uit de lucht, treinen komen nog altijd te laat. En hoogleraren trappen nog altijd open deuren in. Ik heb er nog eentje: het internet is nog altijd onveilig. Wat niet wil zeggen dat we niet moeten streven naar een hoger niveau natuurlijk! Misschien is de stress veroorzaakt door belerende vingertjes ook een bron die voor fouten zorgt?