Column: Wezenlijk
Een bevriend kunstenares legt me uit wat ze doet: Het fascineert me dat als je iets bekijkt, je meer kunt zien dan louter de oppervlakte. Alles heeft diepere lagen. Niets is oppervlakkig. Dat raakt me. En als ik dat kan laten zien in mijn schilderijen en het raakt de kijker, dan vind ik dat ik een goed werk heb gemaakt.
Hoe bedoel je: niets is wat het lijkt?
Kijk naar een kind. In de ogen van een pasgeboren kind zie je nog een wereld van oneindigheid, een herinnering aan vorig leven, een weten. Soms is dat al na een paar dagen, soms pas na een paar weken weg. Dan is het kind geland.
En dat probeer jij te schilderen?
Ja, dat weten.
Meer voorbeelden?
Je kent de sterrenbeelden. Jij bent een ram. Maar je ascendant is een stier. Jouw karaker en gedrag zijn die van een ram. Maar de eerste indruk die mensen van je krijgen is: hé, een stier.
Daar geloof ik niet in. Dat zou immers betekenen dat er maar twaalf soorten mensen zijn. En dat alle rammen op enig moment een hoofdprijs winnen in een loterij en dat soort onzin.
Geloof je dan wel in blauwe mensen en gele organisaties?
Dat is iets compleet anders. Dat is wetenschappelijk aangetoond en het blijkt in de praktijk ook een voorspellende waarde te hebben. Als je een blauw individu geel aanspreekt, dan komt het niet over. Spreek je hem blauw aan, dan wel.
Hoezo wetenschappelijk? Die classificatie van mensen en organisaties in kleuren van jou is hooguit dertig jaar bezig zich te bewijzen; de dierenriemclassificatie al zo’n paar duizend jaar. Je weigert mensen in te delen in twaalf categorieën maar deelt ze zelf in in zes. Elke classificatie heeft zijn eigen waarde én zijn eigen waarheid. Elk model heeft zijn eigen waarde. Een model is niet het ding zelf. Het is altijd een abstractie van het ding. Het is ontdaan van het wezenlijke. Het is ontgeest. In jouw vak: een waardering in termen van CMMI op een schaal van 1 tot 5 geeft maar één aspect van de organisatie. Het cijfer zegt iets, maar niet alles. Een RoodOranjeGroen-classificatie evenzo. Altijd kun je je afvragen: wat zit erachter? Om dat te begrijpen, moet je een aantal verschillende modellen toepassen, aspecten beschouwen of classificaties doen. Dat komt allemaal op hetzelfde neer. Hoe meer dimensies je beschouwt, hoe dichter je bij het wezen van het ding komt. Hoe beter je het begrijpt.
En jij probeert in je schilderijen achter die dimensies te kijken?
Ja.
En zodoende dichter bij het wezen van een vorm of een kind te komen?
Ja.
En dat in een plat vlak, in twee dimensies, weer te geven?
O, ik heb nog meer dimensies: vorm, kleur, glans, contrast, intensiteit, toon. Geur zelfs. Maar inderdaad, ik heb tóch een beperkt instrumentarium. Ook ik probeer weer een model te maken van wat ik ervaar.
Een model van jouw werkelijkheid.
Zoals jouw CMMI-rapport een model is van jouw werkelijkheid. Jij past toch ook niet maar één vragenlijst toe om een organisatie te assessen? Jij zoekt er toch ook achter, naar het wezen van de organisatie, naar het waarom de organisatie zich voordoet zoals zij zich voordoet? En dat is toch precies de toegevoegde waarde van je rapport?
Raak. Net als je schilderijen. Die raken me.
Hans Brands is adviseur procesverbetering en complexiteitsmanagement bij Vision Consort

Schrijf zelf een reactie