Opinie: Normen en waarden van outsourcing

Met groeiende verbazing hebben we de opiniebijdrage van Wouter van den Hoogen, ambtenaar van het ministerie van Justitie, over de normen en waarden van (out)sourcing gelezen. Er is een aantal zaken dat ons opvalt.

Allereerst het accent op de kostenvoordelen als hét argument voor outsourcing. In onze optiek is het gebrek aan personeel in Nederland het belangrijkste motief voor outsourcing en offshore outsourcing en dit punt ontbreekt in zijn betoog.

Als we kijken wat er op de markt gebeurt, dan zien we daar een sterk stijgende vraag naar IT-dienstverlening. Analistenbureaus als Forrester, Gartner en IDC voorspellen voor de komende jaren weer een jaarlijkse groei tussen de zes en acht procent. Het aantal IT-studenten in Nederlands blijft erg laag, te laag (bron, ICT~Office/Heliview, 2008). Als we kijken naar de werkloosheid in Nederland waren er in de periode maart-mei 2008 gemiddeld 313.000 mensen werkloos, slechts 4,1 procent (bron, CBS). Dit percentage ligt voor IT’ers nog lager. Kortom, frictiewerkloosheid. In Nederland kunnen we de vraag naar IT’ers simpelweg niet aan.

Verder gaat Van den Hoogen uitgebreid in op “factoren die we voor arbeid in Nederland verplicht vinden”. Hierbij wordt de suggestie gewekt dat leveranciers in lagelonenlanden alleen maar een laag kostenniveau kunnen aanbieden door hun medewerkers slechte arbeidsvoorwaarden met andere arbeidstijden, arbeidsongeschiktheidsregelingen en dergelijke aan te bieden. Ook wordt kinderarbeid aangehaald.

De werkelijkheid ziet er in de lagelonenlanden echter iets anders uit. Er is zeker geen sprake van uitbuiting van medewerkers en/of kinderen. Sterker nog, IT-werkgevers zorgen veelal voor de sociale voorzieningen voor de gezinnen van hun medewerkers. Vaak kunnen ook directe verwanten, zoals ouders, gebruikmaken van deze voorzieningen. In lagelonenlanden hebben de IT’ers prima primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden die vergelijkbaar, zoniet beter zijn dan de arbeidsvoorwaarden in Nederland. Hun relatieve koopkracht is erg groot. Indien leveranciers geen concurrerende arbeidsvoorwaarden aanbieden aan hun medewerkers, gaan deze aan de slag bij de concurrent. De grote vraag naar IT’ers reguleert de arbeidsvoorwaarden.
Over de economische en sociale positie van IT’ers in lagelonenlanden hoeven wij ons in Nederland geen zorgen te maken. Daarnaast zijn de IT’ers de motor van de economie. De bijdrage aan de economie van de export van IT-dienstverlening moet niet worden onderschat: de bijdrage van IT-dienstverlening aan het bruto nationaal product van India is 5,5%! (bron, Nasscom, 2008)

Tot slot wordt offshore outsourcing nog afgedaan als een korte­termijnstrategie die alleen kijkt naar kortetermijnwinsten en -besparingen. Daarmee doet Van den Hoogen de potentie van offshore outsourcing ernstig tekort. In de sourcingstrategie zou juist de (centrale) overheid moeten nadenken over outsourcing en offshore outsourcing. Om maar eens een echte commerciële term te gebruiken, het gaan om toegevoegde waarde! Op welke wijze kan de overheid het belastinggeld zo effectief en efficiënt mogelijk besteden?

Elke euro die wordt bespaard kan worden aangewend voor het realiseren van een andere doelstelling. Door outsourcing en offshore outsourcing vloeit er geen geld weg uit Nederland maar komt er meer bestedingsruimte in Nederland. Het wekt verwondering om het naar protectionisme riekende argument te lezen in het betoog van een ambtenaar. Een gloedvol betoog voor een wereld zonder handelsbeperkingen zou meer op zijn plaats zijn. “Outsourcing en offshore outsourcing tenzij…” moet voor de overheid de norm worden!

Erik Beulen is als bijzonder hoogleraar aan Universiteit van Tilburg verbonden en tevens werkzaam voor Accenture.
Geert van den Goor is als executive partner verantwoordelijk voor de sector Public Service van Accenture.

Reacties

Ik ben blij dat er gereageerd wordt op mijn mening. Ik wil een aantal kanttekeningen plaatsen bij uw stuk. Ik ben niet tegen outsourcen en offshore. Ik ben tegen misbruik maken van mensen en korte termijn denken. Ik schrijf vanuit mijn ervaringen vanuit de overheid. Ik zie vooral het argument kostenbesparing en veel minder het gebrek aan IT. Maar zelfs het gebrek aan IT’ers zou voor de overheid niet zomaar een argument mogen zijn om uit besteden naar landen waar de regelgeving en arbeidsomstandigheden niet voldoen aan onze normen en waarden. Offshore naar landen waar kinderarbeid voorkomt vind ik verwerpelijk. Tevens vind ik dat je eerst moet kijken naar offshore mogelijkheden binnen Europa. U begrijpt mijn argument over de loonkosten verkeerd. De hoge loonkosten worden hier veroorzaakt door afspraken tussen overheid, werkgevers en bonden. Je kan niet eerst een afspraak maken en vervolgens omdat de afspraak jou te veel kost het werk laten door anderen als degenen waarmee je de afspraken hebt gemaakt. Ik denk dat u gelijk heeft dat IT werkgevers in lage lonen landen redelijk zorgen voor hun medewerkers – en dat is een bezwaar wat ik heb: omdat wij er aan verdienen gaan ze daar iets regelen voor een selecte groep. Ik heb verhalen van mijn collega’s mogen horen na een werkbezoek aan India die mij een zeer onprettig gevoel geven. Ik maak mij geen zorgen om de IT’ers in lage lonen landen, ik maak mij zorgen over de manier waarop er geld aan verdiend wordt. De vraag is of offshore naar lage lonen landen buiten de EU een kostenbesparing is op de lange termijn. Als de overheid hier geld uitgeeft komt het meeste via belastingen weer terug en veel van de rest van het geld komt in de Nederlandse economie of de Europese economie. Geld wat wordt uitgegeven in landen buiten de EU krijg je niet zomaar terug. Het wegvloeien van kennis zou ook een zorg moeten zijn voor de overheid. Als wij een kennis economie willen zijn, verbetert dat dan door werk offshore uit te voeren? Het argument protectionisme gaat wat mij betreft niet op. Onze hele manier van werken binnen de overheid is gebaseerd op protectionisme. Dat is volgens mij ook de reden dat we altijd als een soort tweetrapsraket outsourcen: via Europese aanbesteding laten we werk doen in b.v. India. Op basis van wetgeving regelen we zaken bij de overheid. Welnu laten we regels opstellen voor offshore outsourcen waarin naast de economische ook morele argumenten gebruikt worden

Ik ben blij dat er gereageerd wordt op mijn mening. Ik wil een aantal kanttekeningen plaatsen bij uw stuk. Ik ben niet tegen outsourcen en offshore. Ik ben tegen misbruik maken van mensen en korte termijn denken. Ik schrijf vanuit mijn ervaringen vanuit de overheid. Ik zie vooral het argument kostenbesparing en veel minder het gebrek aan IT. Maar zelfs het gebrek aan IT’ers zou voor de overheid niet zomaar een argument mogen zijn om uit besteden naar landen waar de regelgeving en arbeidsomstandigheden niet voldoen aan onze normen en waarden. Offshore naar landen waar kinderarbeid voorkomt vind ik verwerpelijk. Tevens vind ik dat je eerst moet kijken naar offshore mogelijkheden binnen Europa. U begrijpt mijn argument over de loonkosten verkeerd. De hoge loonkosten worden hier veroorzaakt door afspraken tussen overheid, werkgevers en bonden. Je kan niet eerst een afspraak maken en vervolgens omdat de afspraak jou te veel kost het werk laten door anderen als degenen waarmee je de afspraken hebt gemaakt. Ik denk dat u gelijk heeft dat IT werkgevers in lage lonen landen redelijk zorgen voor hun medewerkers – en dat is een bezwaar wat ik heb: omdat wij er aan verdienen gaan ze daar iets regelen voor een selecte groep. Ik heb verhalen van mijn collega’s mogen horen na een werkbezoek aan India die mij een zeer onprettig gevoel geven. Ik maak mij geen zorgen om de IT’ers in lage lonen landen, ik maak mij zorgen over de manier waarop er geld aan verdiend wordt. De vraag is of offshore naar lage lonen landen buiten de EU een kostenbesparing is op de lange termijn. Als de overheid hier geld uitgeeft komt het meeste via belastingen weer terug en veel van de rest van het geld komt in de Nederlandse economie of de Europese economie. Geld wat wordt uitgegeven in landen buiten de EU krijg je niet zomaar terug. Het wegvloeien van kennis zou ook een zorg moeten zijn voor de overheid. Als wij een kennis economie willen zijn, verbetert dat dan door werk offshore uit te voeren? Het argument protectionisme gaat wat mij betreft niet op. Onze hele manier van werken binnen de overheid is gebaseerd op protectionisme. Dat is volgens mij ook de reden dat we altijd als een soort tweetrapsraket outsourcen: via Europese aanbesteding laten we werk doen in b.v. India. Op basis van wetgeving regelen we zaken bij de overheid. Welnu laten we regels opstellen voor offshore outsourcen waarin naast de economische ook morele argumenten gebruikt worden

Schrijf zelf een reactie

captcha