Case: De datamachine van de US Airforce

Net als elke professionele zakelijke IT-omgeving sleutelt ook de Amerikaanse luchtmacht doorlopend aan zijn analytische en rapportagefunctionaliteit. Het datacenter van de US Airforce wordt doorlopend robuuster om het tracken van status en locatie van voertuigen, wapens en andere materieel met een druk op de knop zichtbaar te hebben. Geometrische technologie en Google Maps spelen daarbij een cruciale rol.

Opdrachtgever:
het Amerikaanse leger
Doel:
real-time informatie over status en positie van militaire onderdelen
Technologie:
RFID, Google Maps, Business Objects, Cognos Cubes

Op 29 augustus 2007 vertrok een bommenwerper van de Amerikaanse luchtvaartbasis Minot in de staat North Dakota naar Barksdale Air Force Base in Louisiana. Het was een transportvlucht. Op zich niets bijzonders, zult u wellicht denken. Maar de vracht van het zware B-52H vliegtuig was opzienbarend: zes raketten met kernkoppen. Een vergissing, zo bleek. Want de nucleaire koppen hadden eraf moeten worden gehaald voordat de bommenwerper het luchtruim koos. Bovendien werden de kernkoppen bij verlaten van de luchtbasis niet als vermist opgegeven. Met als gevolg dat er zes kernrakketten een reisje maakten van een slordige 2000 kilometer over Amerikaans grondgebied, zonder dat de militaire leiding hier ook maar iets van wist. Gedurende 36 uur bleven de kernkoppen op het vliegtuig zitten en kregen ze niet de veiligheidsbehandeling die de US Airforce (USAF) voorschrijft.

Het incident kreeg een venijnige staart. Vier militaire kopstukken werden bedankt voor bewezen diensten, waaronder Chief of Staff generaal T. Michael Moseley. Het incident was ook aanleiding voor een enorme professionaliseringsslag van het datacenter van het Amerikaanse Leger/ Department of Defense (DoD). Want één ding was kraakhelder: te allen tijde moet de legerleiding weten waar wapens, vliegtuigen en ander materieel zich bevindt. Om die missie te realiseren werd een applicatie ontworpen genaamd Positive Inventory Control.

Geografische overdaad

De USAF beschikt over een ongekend omvangrijke datamachine. IDC-analist David Sonnen geeft fijntjes aan dat het US DoD de grootste grondbezitter is van deze planeet en daarbij met afstand de grootste producent van informatie met een geografische component. Binnen de Amerikaanse luchtmacht is de afdeling Dataservices verantwoordelijk voor de gegevens en de voorziening ervan. De doelstelling van de unit is “om snel, accuraat en beveiligd betrouwbare gevechtsinformatie te verschaffen”. Er is bovendien sprake van een groeiend besef binnen het leger dat het snel en efficiënt interpreteren van die data steeds kritischer wordt. Het plotten van gegevens op kaarten wordt daarbij als voornaam middel ingezet. De kaarten geven snel inzicht in wat er waar aan de hand is. In een organisatie met 650.000 medewerkers en ruim 6000 vliegtuigen verspreid over 84 grote en 82 kleine militaire luchthavens is het bij uitstek de manier om in één oogopslag overzicht te creëren.

De Airforce gebruikt de applicatie Positive Inventory Control inmiddels om data geografisch weer te geven. Zij heeft daarvoor een omgeving gebouwd die de visuele data van Google Maps gebruikt waarop beveiligde interne data is afgebeeld. In een demo op Teradata’s gebruikersconferentie Partners in San Diego, laat Teal Walker zien waartoe het systeem in staat is. Walker is Engagement Director en medeverantwoordelijk voor het huidige datasysteem. Op een wereldkaart van Google Maps staan diverse punten afgebeeld. Dat zijn de luchtmachtbases. Het systeem heeft een ‘Alert’-functie waarbij gebruikers rolafhankelijk gewezen worden op zaken die afwijken van het normale patroon. Gegevens worden met een flash app op Googles kaarten geprojecteerd. Je ziet in kaders de verschillende vliegtuigen, voertuigen en raketten.

Real time monitoring

De doelstellingen van Positive Inventory Control zijn veelzijdig. Ten eerste maakt het real time monitoring mogelijk. Het biedt inzicht in de conditie en locatie van USAF’s bezittingen. Met visuele waarschuwingsmogelijkheden presenteert het alle bewegingen van bezittingen van en naar geografische locaties, met daarbij ook trackinggegevens van zaken die onderweg zijn. Programma manager Timothy Cotton geeft aan dat RFID-tagging van meer dan de helft van de assets imiddels is gerealiseerd en dat de parate real-timekennis met de dag groeit.

Gebruikers kunnen er zeer diepe informatie mee raadplegen. Dat gaat tot op niveau van serienummers van 25 centimeter lange kabeltjes in motoren. De applicatie biedt naast locatie en eventuele verplaatsing van vliegtuigen ook inzicht in de status van bijvoorbeeld motoren of van de onderdelen die hun verwachte levensduur dreigen te bereiken.

Alle mogelijkheden dienen meerdere doelen. Voor militaire ondersteuning zijn de data cruciaal om een zogeheten ‘proximity’ analyse mogelijk te maken. Daarbij kan een gebruiker in één oogopslag zien welke assets zich het dichtstbij bevinden om de juiste ondersteuning te krijgen in militaire acties.

Hoe geavanceerd en noodzakelijk het systeem in militair opzicht ook moge klinken, bij implementatie kwamen alledaagse businessproblemen naar voren. “Door installeren van de analytics kwam er bijvoorbeeld info naar boven die niet naar boven moest komen waardoor we snel allerlei classifiedlagen moesten aanbrengen”, zegt Cotton. Ook merkten gebruikers die verantwoordelijk waren voor bepaalde assets dat ze wel heel erg werden blootgesteld. “We zien nu wat voor fouten mensen maken en gebruikers vonden het eerst nogal pittig om zodanig te worden gecontroleerd, ook nog eens real time. Dus er was wat aarzeling bij implementaties.”

Data-infrastructuur

De USAF maakt gebruik van een omvangrijke infrastructuur om zijn data te managen. Dat mag gezien de omvang van de operatie en de stringente veiligheids- en prestatie-eisen geen verrassing zijn. De Airforce draait zijn gegevens op een Teradata Data Warehouse. Per dag worden er zo’n 50 miljoen rijen data verwerkt uit ruim 100 bronnen. In totaal gaat het om zo’n 19 terabyte gebuikersdata verdeeld in 95 databases. Voor analytische doeleinden zet USAF Business Objects Universes, Cognos Cubes en een twintigtal webapplicaties in. Een belangrijke daarbij is Google Maps dat als een dynamische achtergrond gebruikt wordt waarop de gegevens worden geplot.