EU leert innovatie vermarkten
Nieuwe graduate school levert ondernemende onderzoekers
"Het zwakke punt van de Europese ICT-industrie is dat zij er onvoldoende in slaagt innovaties om te zetten in commerciële producten en diensten.” Daar gaat EIT.ICT labs verandering in brengen, meent Peter Apers, directeur van 3TU.NIRICT, het instituut dat het ICT-onderzoek van de technische universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente bundelt. “Een goed voorbeeld van hoe het nu misgaat, is het World Wide Web, ontwikkeld in het Zwitserse CERN, maar groot gemaakt door Amerikanen.”
Apers kreeg onlangs van het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) goedkeuring om met een consortium van grote Europese bedrijven en onderzoeksinstellingen het project EIT.ICT Labs uit te voeren om Europa een mondiaal leidende rol in ICT-innovatie te bezorgen. EIT steekt er gedurende zeven jaar jaarlijks een bedrag in dat oploopt van 20 naar 40 miljoen euro. De consortium-deelnemers zelf leggen een drievoud van dat bedrag in. Dit budget is overigens niet bedoeld voor nieuwe onderzoeksprojecten.
Een belangrijk onderdeel van het EIT.ICT labs, is de aandacht voor de opleidingen. Apers: “Onderzoekers moeten zich veel meer bewust worden van wat je kunt met de resultaten van hun onderzoek.” Daarom komt er een Europese graduate school waar de studenten vanaf dag één tot ondernemende onderzoekers worden gevormd.
De consortiumdeelnemers bouwen verder aan een infrastructuur die het voor individuele onderzoekers en bedrijven eenvoudiger moet maken binnen de Europese landen samen te werken aan open innovatie. EIT.ICT Labs zorgt verder voor een eenvoudiger toegang tot venture capitalists door hen regelmatig te betrekken bij de verschillende onderzoeksprojecten.
Nederland steekt gunstig af bij de overige Europese landen, merkt Apers op. Dat komt volgens hem door de aandacht die de afgelopen jaren is gegeven aan het samenwerken van onderzoeksinstituten en bedrijfsleven in grote multidisciplinaire onderzoeksprojecten. ICTRegie en het Innovatieplatform hebben dat gestimuleerd. Maar ook de manier van financiering van dergelijke projecten vanuit het aardgasbatenfonds FES droeg daar aan bij, net als de topregeling universiteiten en de oprichting van technische topinstituten. Bij het CTIT, waar Apers wetenschappelijk directeur is, ontstaan bijvoorbeeld nu gemiddeld al zeven nieuwe spin-offbedrijven per jaar.
Het consortium bestaat onder meer uit de drie Nederlandse universiteiten in Delft, Eindhoven en Twente (3TU.NIRICT), Philips, Novay (het voormalig Telematica Instituut), TNO-ICT en CWI. Verder doen vijf technische universiteiten in Duitsland, Frankrijk, Zweden en Finland mee, zes toonaangevende onderzoeksinstellingen in die landen waaronder het Duitse Fraunhofer en het Franse INRIA. Verder behoren onder meer de bedrijven Ericsson, Nokia, SAP, Alcatel-Lucent, Deutsche Telekom en TeliaSonera tot de kernleden van het consortium. Apers: “Het zijn gevestigde concerns, maar zij komen zelf met het besef dat ze alleen niet verder kunnen.”
In de komende maanden bereidt Apers met de internationale deelnemers het definitieve contract voor. Dat moet eind mei worden getekend. In die uitwerking komen ook harde meetbare doelen en een tijdpad voor de oprichting van de graduate school. EIT evalueert periodiek de voortgang van het project en het functioneren van de partners erin. Wanneer onderdelen niet voldoen, worden zij vervangen.
Het project wordt geleid als een bedrijf, met een eigen algemeen directeur die overigens nog niet is benoemd. Voor de oprichtingsfase heeft de EU 1 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Zie ook:
Reacties
Plaats een reactie op dit artikel