Het ministerie van Economische Zaken heeft nog geen concrete plannen hoe het over anderhalf jaar verder gaat met het programma Nederland Open in Verbinding (NOiV), dat overheden aanspoort gebruik te maken van open standaarden en meer te doen met open-sourcesoftware. Onderhoud en uitbreiding van de door NOiV opgebouwde kennis wordt wellicht een taak van koepelorganisaties, zoals het KwaliteitsInstituut voor de Gemeenten, KING. Dat bleek woensdag in Amsterdam tijdens een internationaal congres over informatietechnologie in Amsterdam.
Volgens Michel Verhagen, plaatsvervangend directeur ICT en Toepassingen bij het ministerie van Economische Zaken, zijn alle overheden voldoende doordrongen van het nut van open standaarden, maar schort het nog wel aan de concrete inzet ervan. “De vraag is niet langer waarom, maar hoe.”
Invoering van open standaarden en open source stuit volgens hem op vier problemen. “Het is moeilijk om de legacy-systemen aan te passen; de IT-vendor lock-in is hevig en dat maakt de exit- en overstapkosten hoog.” Daarnaast vermijden overheden als proefkonijn te dienen voor de overstap. Echter, de inzet van sommige open standaarden ligt inmiddels zo voor de hand, stelde Verhagen, dat er geen reclame meer voor nodig is. Begrip is er ook voor ODF (open document format). “Iedereen snapt waarom we deze open standaarden verplichten.”
Volgens Verhagen is er in de politiek voldoende steun voor de inzet van open source, ook na het vertrek uit de politiek van drie van de bekendste voorstanders ervan, Frank Heemskerk, tot voor kort PvdA-staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken en Tweede Kamerleden Kees Vendrik (GroenLinks) en Arda Gerkens (SP). “Zelfs de VVD snapt dat dit type software een eerlijke kans moet krijgen.”
Verhagen vermoedt dat sommige overheden met twijfels over open standaarden en open-sourcesoftware het NOiV als excuus gebruiken. “Ze doen net alsof dat project ook de implementatie voor rekening neemt. Maar daar zijn ze zelf voor verantwoordelijk.”
Hoe het eind 2011 verder moet met het NOiV-project, weet Verhagen nog niet. Het lijkt hem logisch dat de verzamelde kennis, zoals over inzet van open standaarden en migraties naar open-sourcealternatieven, door belanghebbenden wordt onderhouden en aangevuld. “Voor wat betreft de gemeenten is dat een taak voor KING. Gemeenten hebben behoefte aan informatie over het overstappen naar open-sourcealternatieven, ook als dat mislukt, zoals in Heerenveen.”
Volgens Ineke Schop, de programmamanager van het NOiV, is het project nog niet klaar. Vooral interoperabiliteit is bij veel beleidsmakers onbekend, zegt ze. “Daar weten ze niet heel veel van. We doen wat we kunnen als voorlichters, maar we zijn een kleine organisatie.”
Het NOiV staat onder grote druk, vertellen welingevoerde bronnen. Voorvechters van open standaarden en open source bij buitenlandse overheden roemen het project, maar in Nederland wordt het verguisd tussen de voor- en tegenstanders van open-sourcesoftware. “Ieder gesprek dat wij met overheden beginnen over open standaarden, gaat binnen vijf minuten over open source.”
Tegenstanders van dat type software hielden lang de presentatie tegen over het NOiV op de World Congress on IT (WCIT) in Amsterdam, aldus de goed ingevoerde bronnen. Het ministerie van Economische Zaken, een van de grote sponsors van de bijeenkomst, besloot op het laatste moment om pressie uit te oefenenen. “EZ was verrast toen eind maart een vertegenwoordiger van de Duitse stad München verzuchtte dat hij jaloers was op het NOiV. Pas daarna kregen wij het als onderwerp op de conferentieagenda.”
Het programma NOiV loopt tot eind 2011. Het vierjarige programma is genoemd naar het plan van de staatsecretarissen Heemskerk (EZ) en Ank Bijleveld van Binnenlandse Zaken uit 2007. NOiV is het vervolg op het project Open Standaarden en Open Source Software (OSOSS).