Veel ondernemers hebben de stap al genomen: ze zijn toegetreden tot een van de vele sociale netwerken die de wereld rijk is, zo blijkt. “Het aantal ‘social media’ is bijna niet meer te tellen, zeker niet als je ook alle blogs meerekent. Dan zit je al gauw op meer dan honderdduizend stuks”, zegt drs. Geert-Jan Smits, directeur van internetadviesbureau Jungle Minds uit Amsterdam.
Jungle Minds heeft onderzoek gedaan naar de manier waarop Nederlandse bedrijven zich bewegen in de wereld van de sociale netwerken, wat ze motiveert en hoe ze deze activiteiten ondersteunen. Smits: “We hebben 155 bedrijven aan de tand gevoeld en het valt ons op dat het merendeel wel aanwezig is in de sociale kringen maar dat er nog nauwelijks een supportorganisatie achter staat. Vandaar dat we spreken van de experimentele fase. Deze is een jaar of twee geleden begonnen en het blijkt dat de pioniers van het eerste uur inmiddels doorhebben hoe het moet. De anderen zullen nog een jaar of twee nodig hebben om dat stadium te bereiken.”
Sociale netwerken zoals LinkedIn, Facebook, Hyves, Twitter en YouTube zijn de plaatsen op internet waar mensen veel en vaak komen. Uit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dat mensen ongeveer 10 procent van hun online tijd doorbrengen bij Facebook. “Het zijn aantrekkelijke plekken voor bedrijven. Ze kunnen hun ideeën en boodschappen er uitdragen en het is de omgekeerde wereld geworden. In plaats van dat een bedrijf alle mogelijke moeite doet om mensen naar zijn website te lokken, gaat het bedrijf zelf op pad. Veel retailers verplaatsen hun etalage van de eigen website naar de sociale verzamelplekken. Of ze maken hun eigen website wat socialer door filmpjes van YouTube erin te bedden”, meent Smits.
Het onderzoek van Jungle Minds heeft betrekking op de externe toepassingen van social media. Er is niet gekeken naar de gebruiksmogelijkheden binnen de organisaties zelf. Het onderwerp is nog redelijk pril, want pas een derde van de onderzochte bedrijven heeft meer dan een jaar ervaring met het gebruik. Smits: “Maar er zit wel vooruitgang in. De meeste bedrijven verwachten dit jaar een forse groei. Een derde rekent zelfs op een groei van 50 procent of meer. We hebben gekeken naar de onderwerpen die de bedrijven zoal aan bod laten komen in hun sociale aanwezigheid. Daar blijkt dat 86 procent het toch vooral wil hebben over producten en diensten. Innovatie is een goede tweede. Dat speelt bij 59 procent van de ondervraagde bedrijven.”
Human resources staat met 32 procent op de derde plaats. “En dat is vreemd, want via sociale netwerken blijk je heel snel in contact te kunnen komen met potentiële sollicitanten. Al stuur je maar een bericht naar een klein aantal mensen, die kunnen het weer doorsturen hun eigen netwerk in en voor je het weet heb je een ruime respons. Daar komt nog bij dat mensen vaak social media gebruiken om zich een beeld te vormen over een bedrijf. Sites als LinkedIn, Hyves en Facebook zijn daarvoor de meest gebruikte, zo blijkt”, zegt Smits.
Bij het onderzoek is ook gekeken naar de keuze die bedrijven maken als ze de wereld van de sociale netwerken ingaan.
Smits: “Vaak is het nog een kwestie van een schot hagel afvuren en dan pas gaan zoeken naar een doel. De bedrijven gebruiken gemiddeld vijf verschillende platformen en dat geldt zelfs voor bedrijven die korter dan een jaar bezig zijn. De microblogs (lees: Twitter) zijn met 80 procent het meest in trek, op de voet gevolgd door professionele sociale netwerken zoals LinkedIn (77 procent). De persoonlijke sociale netwerken, denk aan Hyves en Facebook, worden door 73 procent van de bedrijven ingezet.” Het gebruik van videowebsites, met name YouTube, kan bogen op een score van 56 procent en dat is gelijk aan het percentage bedrijven dat externe kanalen in de eigen website heeft ingebed. Externe weblogs spelen een rol bij 46 procent van de bedrijven terwijl 30 procent een eigen online community in het leven heeft geroepen.
Smits: “De kans is groot dat die laatste groep bezig is met iets dat zeer veel energie kost en net zo goed met een bestaand sociaal netwerk geregeld kan worden. Het is vaak een kwestie dat bedrijven bang zijn de controle over hun gegevens te verliezen, wanneer ze deze binnen een sociaal netwerk plaatsen. Het zal de bedrijven ook snel duidelijk worden dat er grote verschillen zijn tussen de diverse social media. Elke dienst heeft zijn eigen dynamiek, kenmerken en zeden. Ook de gebruikers zijn per groep anders, hoewel je dat van de buitenkant niet meteen ziet.”
Een van de ondervraagde bedrijven was het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat het verschil tussen de diverse sociale netwerken aan den lijve heeft ondervonden.
“Op identieke content die we hebben geplaatst op onze Hyves- en Facebook-pagina’s wordt zeer verschillend gereageerd. Hyves gaf bijna geen reactie, terwijl de Facebook-gebruikers juist veel leuke en vooral inhoudelijke reacties gaven”, aldus Matthijs van der Meulen van het Stedelijk.
Sociale netwerken zijn een middel om snel onder de aandacht van een doelgroep te kunnen komen. “Uit ons onderzoek blijkt dat bedrijven met een lagere reputatie daar veel actiever in zijn. Ze doen veel meer dan alleen het aanbieden van producten en diensten. Wat dat betreft hebben ze een voorsprong genomen op bedrijven met een hogere reputatie”, stelt Smits.