Het Houtense bedrijf Anago pretendeert een flexibel en zeer betaalbaar alternatief in huis te hebben in de vorm van een softwareassemblageplatform. Een stuk of vijftien grote bedrijven in Nederland, waaronder UWV, ABN AMRO en ING, zijn al om. Voor 25 euro per gebruiker per maand bannen zij Excel uit, althans daar waar de sheets gevaar opleveren. Honderden anderen klungelen door, dwingen managers in de dwangbuis van dure standaardapplicaties die matig voldoen of trekken tonnen uit voor de tijdrovende ontwikkeling van maatwerk rond hun SAP-omgeving.
Ongemerkt de mist in Spreadsheetprogramma’s zijn volgens Philip Koenders vaak een prima oplossing voor een ad-hocrekenklus of voor kleinschalige data-analyses en rapportages. Maar de verantwoordelijken moeten altijd op hun hoede blijven. Daarom is het niet aan te raden spreadsheets te gebruiken wanneer er meer dan vijf gebruikers betrokken zijn; wanneer autorisatie een belangrijke rol speelt; wanneer herleidbaarheid van brondata belangrijk is of wanneer transacties herleidbaar moeten zijn tot gebruikers. Vaak gaan in spreadsheets berekeningen ongemerkt de mist in door: - onvolledig doorkopiëren van formules
- onjuist invoegen van rijen of kolommen
- overschrijven van een formule
- delen door nul
- ontwrichting van rijen als gevolg van sorteren op slechts enkele kolommen
- linken naar een verkeerde ‘zustersheet’
- onbedoeld overschrijven als meerdere tabbladen zijn geselecteerd
- vergeten wachtwoord
- achterstallig ‘functioneel onderhoud’
- onopgemerkt gebruik van verouderde versies
Spreadsheetfans kennen deze problemen en hebben er prachtige ‘work-arounds’ voor, maar die maken de toepassing vooral complexer, waarmee uiteindelijk de controle over de functionaliteit toch weer afneemt. Koenders: “Feit is dat de spreadsheettechnologie nooit is bedoeld om dit soort taken uit te voeren. Elke berg zand kun je met een kruiwagen verplaatsen. Als het een grote berg is, kun je de kruiwagen aangepassen met een extra grote bak, dubbele banden, een hulpmotor, een stuur, een bel en een routeplanner. Dat neemt niet weg dat het bij veel bergen zand het effectiefst is gewoon een bulldozer of een vrachtwagen te gebruiken.” |
“Excel is een prachtig programma; om planningen in bij te houden, om rapportjes te maken of om iets aan optimalisatie en forecasting te doen. En het is nog goedkoop ook. Maar juist die inzetbaarheid verleidt ertoe het ook te gebruiken in situaties die domweg te complex of te belangrijk zijn om ze aan te pakken met iets wat zo ondoorzichtig is en zo snel iets anders doet dan je bedoelde. Als je een miljoenenbeslissing laat afhangen van een Excel-sheet die is geprogrammeerd door iemand die allang weg is, die – wellicht zonder dat iemand het nog weet – is aangepast door een ander die je niet kent, dan ben je als bedrijf toch volstrekt onverantwoordelijk bezig? Maar dit is wel in meer dan de helft van de grote ondernemingen de praktijk. Auditors en risicoanalisten hebben nachtmerries van Excel”, fulmineert Philip Koenders. Koenders is met Thomas de Nooij directeur/oprichter van Anago. Koenders bestiert de commerciële kant van het bedrijf. De Nooij heeft ‘chief technology officer’ op zijn kaartje staan.
Koenders en De Nooij kennen elkaar ‘uit hun Bakkenist-tijd’, waar ze elkaar vonden op hun ongemak over de wijze waarop klanten soms kritieke beslissingen baseren op uitkomsten van twijfelachtige spreadsheets. “In feite zijn die Excel-sheets kleine ongedocumenteerde maatwerkoplossinkjes, gerealiseerd in een ‘programmeertaal’ die uitnodigt tot zondigen tegen alle regels van fatsoenlijk programmeren”, vat De Nooij samen. En hij kan weten wat ‘fatsoenlijk programmeren’ is; ooit studeerde hij aan de Universiteit van Eindhoven bij de ‘ontdekker’ van het gestructureerd programmeren, Edsger Dijkstra.
Dijkstra’s inzichten voedden destijds bespiegelingen met Koenders over hoe het eigenlijk zou moeten. Functies als datamanagement, rekenen, presentatie en workflow zouden gescheiden moeten zijn. En als je die functies scheidt, dan zou je meteen verschillende varianten van elk in een bibliotheek kunnen verzamelen en hergebruiken. Maar dan moeten ze wel zo in elkaar zitten dat ze allemaal met allemaal te combineren zijn. En dan is er ook nog iets nodig waarmee je ze daadwerkelijk kunt samenvoegen tot uitvoerbare programma’s. In 1999 realiseerden de collega’s zich dat ze iets hadden bedacht dat zo goed was dat het niet langer vrijblijvend was; Anago was geboren.
Inmiddels telt het bedrijf achttien medewerkers, participeert een investeringsmaatschappij (Newion Investments, voor een derde deel van het eigen vermogen, sinds 2002) en denken drie partnerbedrijven mee over nieuwe toepassingen, gespecialiseerde modules, implementaties en zelfs over het ontwikkelen van ‘standaardapplicaties’ op basis van Anago. Maar de belangrijkste verworvenheid is uiteraard de klantenkring van het bedrijf. Vorig jaar groeide de factureerbare omzet van Anago, tegen de recessie in, met zo’n 20 procent. Omstreeks vijftien klanten zijn inmiddels goed voor een dikke tweehonderd applicaties. Al die applicaties zijn stuk voor stuk uniek. Ze hebben slechts gemeen dat ze zijn ‘geassembleerd’ uit één beperkte set van softwarecomponenten, die standaard met het Anago-platform worden meegeleverd. Nou ja, er worden inmiddels aanvullende specialistische componenten ontwikkeld door partners, maar daarmee ‘vliegen’ de te ontwikkelen applicaties dan ook wel aanmerkelijk hoger dan simpelweg vervanging van Excel-sheets.
De componentenbibliotheek van Anago bevat in totaal zo’n dikke vijftig componenten, verdeeld over zes ‘functietypen’: Rekenen, Data, Presentatie, Autorisatie, Workflow en Connecties.
Om componenten in een concrete applicatie te gebruiken, moeten ze worden ‘geparameteriseerd’. Bijvoorbeeld om aan te geven bij welke andere modules ze gegevens moeten ophalen en wat er mee moet gebeuren. Zo kan elke component in een applicatie meerdere malen worden ingevoegd, om net even iets anders te doen of om het op een andere manier te doen dan de vorige keer. Een beetje Anago-applicatie omvat in totaal al gauw een stuk of duizend ‘instantiëringen’ van componenten. Klinkt ingewikkeld, maar in de praktijk toch altijd nog een stuk simpeler dan de Excel-sheet (of Access-applicatie) die ze vervangt, verzekert De Nooij.
De technische ondergrond van het Anago-platform is pragmatisch gekozen: Oracle 10G voor de gegevensafhandeling en Visual Studio voor de definiëring, integratie en compilatie van de componenten. De Nooij: “Ja, het zou misschien ook wel in Java gekund hebben. Dat klinkt natuurlijk reuze stoer, maar het was wel veel meer werk geweest en het ‘performt’ bovendien voor geen meter. Onlangs hebben we onze hele omgeving webbased gemaakt. Daarbij konden we profiteren van een enorme hoeveelheid voorwerk die Microsoft kant-en-klaar meelevert in de nieuwste versie van Visual Studio. Met die webbased versie kunnen we Anago nu ook als cloud-oplossingen aanbieden: ‘PaaS’ oftewel platform-as-a-service.”
Klinkt allemaal geweldig. Maar waarom hebben jullie vooralsnog slechts vijftien klanten? Is dat niet een beetje weinig?
Koenders: “Ik ben heel ingenomen met die klanten. Het zijn stuk voor stuk grote bedrijven en als we daar eenmaal binnen zijn, zien we vrijwel steeds dat ze Anago steeds breder gaan inzetten. Dat betekent voor ons groei. Althans als die bredere inzet betekent dat ze ons op meer werkplekken gaan aanbieden, want we berekenen onze licentie op basis van het aantal seats, ongeacht het aantal applicaties per gebruiker. Maar meer klanten is natuurlijk beter. Daar heb je gelijk in. Maar het valt niet altijd mee om binnen te komen bij onze doelgroep. Er zijn vooroordelen te overwinnen: onbekend maakt onbemind. Grote bedrijven hebben de neiging kleinere aanbieders te mijden; ‘olifanten doen het nu eenmaal alleen met olifanten’. Ik ervaar ook vaak ongeloof: zo van ‘kan iets voor die prijs wel goed zijn?’. Soms kunnen we niet eens meedoen in tenders omdat we te goedkoop zijn. Dan staat er dat je drie referentieprojecten moet hebben met een omvang van minstens 5 miljoen euro. Zo duur zijn wij nooit.”
Zou het niet helpen als jullie in plaats van een klein zelfstandig bedrijf, onderdeel waren zijn van een grote IT-onderneming, die jullie qua marketing en verkoop mee kan nemen, naar grote accounts?
Ja, dan heb je het over een exitstrategie. Dat is natuurlijk wel iets waarover we samen met NewIon nadenken. We hebben nog geen haast, maar als zich een partij meldt met een goed bod en een goede match met hun bestaande activiteiten, dan denk ik wel dat we een gesprek daarover serieus zouden aangaan.”