Robert Schendstok: ‘Sport en zaken lijken wel op elkaar’
De ontmoeting die Robert Schendstok bij zijn huidige werkgever Qwise bracht, was uiterst toevallig. Weliswaar hebben Schendstok en Qwise-directeur Abram Schermer beiden kinderen op de Amster-damse hockeyclub, maar het bezoeken van een woensdagmiddagtraining komt er niet vaak van. Puur toeval dus, dat zij elkaar net die ene keer troffen.
De Amsterdamsche Hockey & Bandy Club is de oudste hockeyclub van het land en ligt in het Amsterdamse bos, een stuk groen tegen de stad aan. Schendstok komt er al sinds hij een jongetje was.
Hij startte als kind met hockeyen en werd er later behoorlijk goed in. Met het tweede werden ze Nederlands kampioen. “In dat team zat Abram ook, maar we hadden elkaar ministens tien jaar niet meer gezien. Inmiddels zitten mijn twee dochters op hockey en omdat ik ‘in between jobs’ was, kon ik ze toevallig op woensdagmiddag naar de training brengen. Ik liep even het clubhuis in voor een kop koffie en daar kwam ik Abram tegen. Niets veranderd. Hij is boomlang, zo iemand als hij onthoud je wel. Abram was in die tijd keeper. Ideaal, want hij ging gewoon liggen voor de goal. Met zijn lengte dekte hij (zo ongeveer) de hele goal af. We raakten natuurlijk in gesprek, zoals dat dan gaat: ‘Wat doe jij nou tegenwoordig?’. We zagen al snel dat het interessant kon zijn om verder te praten.”
Een informeel en een paar formele gesprekken later was de zaak beklonken. Schendstok ging aan de slag bij Qwise in een commerciële rol. “De ervaring die ik had, paste goed bij de ambities van Qwise. Ik heb een bedrijfskundige achtergrond en heb altijd gewerkt in account- en business development-functies, met name voor grote internationale accounts, voor grote bedrijven in de IT-hoek zoals Dell en EMC. Die ervaring neem ik nu mee naar een snelgroeiende organisatie, van inmiddels zo’n honderd man, die naar dat type klant wil toegroeien.” Inmiddels is hij er drie maanden aan de slag. Hij richt zich vooral op de verdere professionalisering van de sales.
Dat hij met zijn oud-teamgenoot zo snel tot zaken kwam, heeft volgens Schendstok zeker te maken met hun gezamenlijke sportverleden. “Als je samen al in een team hebt gespeeld, is er toch al een bepaald vertrouwen. Dat we in de reservehoofdklasse samen in de verdediging speelden, zegt wel iets. Dan moet je op elkaar kunnen bouwen. Sport en zaken lijken ook wel op elkaar. Qwise is het type bedrijf waar je heel zelfstandig kunt werken, maar wel met het plezier van teamwork. Dingen samen doen levert meer op, en veel zaken waar Qwise zich mee bezighoudt, de centralisatie en beheer van IT systemen, zijn ook te complex om alleen te doen.”
In zijn nieuwe job zit het bijwonen van woensdagmiddagtrainingen er niet meer in. Als veteranenspeler komt Schendstok echter nog zeer regelmatig in het Amster-damse bos. “Het is een beetje een tweede thuis. Ik ben inmiddels al 35 jaar lid.”
Alex van Koutrik: ‘Tijdens het skiën heb je al snel een ontspannen sfeer’
In de après-skibar sprong de vonk over tussen Alex van Koutrik en Gert Oortgiesen, directeur van Profict. Ze ontmoetten elkaar tijdens een skiweekend van Bea Systems. “De manier waarop hij vertelde over zijn droom en hoe hij die wilde bereiken, sloot precies aan bij mijn ideeën.”
“Toen ik met Profict in aanraking kwam, kende ik hen nog helemaal niet”, vertelt Alex van Koutrik. “Ik werkte op dat moment bij Capgemini. Ik had regelmatig te maken met Bea Systems – nu overgenomen door Oracle maar in die tijd een relatief kleine club. Ik merkte bij hen gretigheid, flexibiliteit. Ze konden snel schakelen en dat was prettig samenwerken. Bea Systems organiseerde ieder jaar een skiweekend voor partners. Toen ze mij uitnodigden, dacht ik meteen ‘doen!’. Als je dat soort dingen samen doet, verloopt de samenwerking daarna nog makkelijker, opener.”
Een van de andere deelnemers was Profict. “Overdag gingen we met elkaar skiën, en dan heb je al snel een ontspannen sfeer”, zegt Van Koutrik. “’s Avonds in de après-skibar raakte ik aan de praat met Gert en binnen een uur waren we verwikkeld in een boeiend gesprek. De manier waarop hij vertelde over zijn droom en hoe hij die wilde bereiken, sloot precies aan bij mijn ideeën: kwaliteit waarmaken, klanten écht helpen. Bij een klein bedrijf moet ieder project goed zijn, je kunt je geen missers veroorloven. Bij de klant steekt vaak iemand zijn nek uit door voor jou te kiezen en niet voor een van de gevestigde namen. Ik zag die passie bij Gert. Hij straalde dat echt uit.” Ze spraken na het skiweekend met elkaar af voor een nadere kennismaking. “We onderzochten ‘of het ging passen’. Eerst leek het daar niet op. Profict had al twee directeuren die samen het bedrijf runden. Ik zag eigenlijk niet wat ik daaraan kon toevoegen. Door te schuiven binnen de organisatie kwam die gewenste plek voor mij er echter wel.”
Van Koutrik startte begin 2005 in een salesrol. Nog steeds is hij enthousiast over de kwaliteit en het commitment van de 75 man sterke ploeg, en de technologische expertise. “De kern van Proficts activiteiten is het ontwikkelen van applicaties op het Java Enterprise-platform en vooral: het verder helpen van de business van de klant. We hebben op plekken gezeten waar de grote partijen het lieten afweten en we hebben aansprekende klanten zoals de Postcodeloterij: zij verwerken een bedrag van 50 miljoen euro loten per maand met het systeem. Als dat goed loopt, dan heb je wel iets in handen.” Zijn ambities gingen in de loop van de tijd meer naar ondernemen. “Die ambitie en de groeistrategie van Profict zijn mooi bij elkaar gekomen”, zegt hij. “Een van de kernwaarden van het bedrijf is om een platte organisatie te houden, ook bij groei. Daarom hebben we een nieuwe vestiging geopend in ’s Gravenland. Daarvan ben ik nu vestigingsdirecteur. Iedere vestiging is een bv onder de holding en moet ‘zijn eigen broek ophouden’. Dat ondernemen zit er dus zeker in, een geweldige kans voor mij.”
René Tol: ‘Voetbal is een soort werkoverleg geworden’
René Tol had eigenlijk geen idee wat Marcel Bras, een andere vader langs de lijn van het voetbalveld, nou precies deed. Ze hadden regelmatig gesprekken over de hindernissen van het migratietraject waar Bras mee bezig was, maar een potentiële opdrachtgever had Tol nog niet in hem gezien. Toch leidde de voetbalconnectie tot een mooie internationale uitdaging.
“Ik ben ook helemaal geen netwerker eigenlijk”, zegt René Tol. “Ik kende Marcel al jaren, want onze zoons zaten al jaren in hetzelfde team. We hadden het regelmatig over werk, hij was met een migratietraject bezig. Aangezien dat soort trajecten mijn specialiteit zijn, wisselden we al die tijd al terloops ervaringen uit. Maar wat hij precies deed bij dat bedrijf – Transmark, ook de shirtsponsor van het team trouwens – wist ik eigenlijk nooit.”
Tol startte na een loopbaan van zo’n twintig jaar bij onder meer Randstad en Buma/Stemra in 2005 met een partner een eigen bedrijf. Onlangs gingen ze beiden hun eigen weg, de ambities en de interesses bleken toch te veel uiteen te lopen. Tol richt zich nu als zzp’er helemaal op dataconversie in migratietrajecten. De ene opdracht volgde de andere op, onder meer bij Flexservice en KPMG. In september 2008 vroeg ‘voetbalvader’ Marcel Bras hem voor het migratietraject bij zijn bedrijf Transmark de dataconversie te gaan uitvoeren.
“Hij bleek dus de COO van dat bedrijf te zijn. Degene die het migratietraject tot dan toe uitvoerde, stapte op en hij had iemand anders nodig. Omdat we het er al zo vaak over gehad hadden, vroeg hij mij een cv op te sturen. Hij was meteen enthousiast en na een gesprek in een café in Driehuis was de deal rond. Wat ik toen natuurlijk nog niet wist, was dat de kredietcrisis eraan zat te komen. Mijn klus bij KPMG was net klaar; ik maakte me nooit zoveel zorgen als ik als freelancer even zonder opdracht zat. Maar achteraf heb ik geluk gehad met deze klus. Ik werk er nu nog aan en het duurt nog wel even.”
Het is niet alleen een mooie klus om ‘de winter mee door te komen’, het is ook nog eens een uitdagende opdracht. “Het leuke van Transmark is dat ze wereldwijd vestigingen hebben, allemaal met hun eigen administratie. Die moeten een voor een over op het nieuwe systeem, en dat betekent dat ik inmiddels al in Frankrijk ben geweest, in Australië en morgen naar Engeland vertrek. Marcel zie ik nog steeds regelmatig hier op het voetbalveld. We kletsen dan vijf minuten over voetbal, en daarna gaat het weer meteen over de conversie. Het is een soort werkoverleg geworden. Zo hoorde ik afgelopen week van hem dat ik binnenkort naar Singapore moet.”