CARRIERESPECIAL Ondernemen in je loopbaan
Het Nieuwe Werken: dat is werken in een kenniseconomie, met alle ICT-hulpmiddelen die er zijn om samen te werken in (virtuele) teams. Het is ook een ondernemende manier van werken, in een andere organisatiestructuur en - cultuur, waarin vertrouwen de plek inneemt van controleren. Dat heeft serieuze gevolgen voor de inrichting van je loopbaan. En het vormt een fikse uitdaging voor leidinggevenden.
Het Nieuwe Werken is een modernisering van onze manier van werken, die organisaties bovendien nodig hebben om aantrekkelijk te blijven voor hun medewerkers”, zegt Harry Starren, directeur van De Baak, managementcentrum VNO-NCW. Volgens Mariëlle Nijsten, senior consultant bij TNO en onderzoeker van Het Nieuwe Werken, is het werken in een samenleving waarin informatie de belangrijkste grondstof is. “Toegang tot informatie en kennis is cruciaal. Een aantal andere ontwikkelingen komen hierbij: organisaties gaan zich steeds meer richten op hun kernactiviteiten en werken daarbuiten in netwerken, zodat er steeds meer wordt samengewerkt in virtuele teams. De werkomgeving verandert hierdoor ingrijpend.”
Meerdere banen tegelijkertijd
Wat betekent dit voor je loopbaan? Zowel Nijsten als Starren zijn er duidelijk in: die zal er veel gevarieerder uitzien dan de carrières van onze ouders. Nijsten: “Niet alleen bedrijven gaan zich steeds meer richten op hun kernactiviteiten, ook medewerkers zullen dat doen. Het is in deze economie belangrijk dat je je afvraagt wat je talenten zijn. Als je je daarop richt, dat actief kenbaar maakt, dan kom je vanzelf in de juiste netwerken terecht.” Wil je als IT’er overleven in de kenniseconomie, dan kan Nijsten het volgende aanbevelen: “Zoek een organisatie die dezelfde kernactiviteiten heeft als jij. Wordt ICT gezien als een kostenpost of zit het aan de strategische kant? Let daarop en handel daarnaar.” Ze merkt ook op dat in deze economie steeds meer mensen voor zichzelf beginnen, omdat ze als zelfstandige meer vrijheid hebben om hun loopbaan vorm te geven.
Starren stelt dat werknemers een portfolio van verschillende specialiteiten zullen samenstellen: “Wat vroeger was voorbehouden aan de elite, die naast een hoofdbaan een paar commissariaten had, wordt steeds normaler. Men heeft een deeltijdbaan, doet daarnaast ergens een adviesklus en zit in een bestuur.” Het past bij een zich rap ontwikkelende arbeidsmarkt, waarin een specialiteit snel verouderd kan zijn. “Hoe breder je kennis en vaardigheden, hoe beter je inzetbaar bent.” Dat geldt zeker voor kenniswerkers, maar ook voor andere beroepen, stelt Starren. “Mensen gaan steeds meer dingen combineren, als het ware pakketjes maken van dingen die ze goed kunnen.” Het is belangrijk om dat zélf te onderkennen, zegt hij: “Als je wordt gevraagd om te switchen, dan is het eigenlijk al te laat. Je moet als het ware een ondernemer zijn in je eigen loopbaan. Je kansen zien en daarop inspelen.”
Nieuwe eisen aan managers
Deze nieuwe manier van werken vraagt om leidinggevenden die hun medewerkers vertrouwen geven. De controlerende leidinggevende die alles strak in de hand wil houden, voldoet niet meer. Nijsten: “De moderne manager stuurt op resultaten en faciliteert zijn medewerkers zodanig, dat zij die resultaten kunnen behalen. Bovendien moet hij het goede voorbeeld geven; alleen een wiki op de server zetten en hopen dat medewerkers die zelf gaan vullen, heeft weinig zin. De manager zal zelf actief kennis moeten delen, transparant moeten zijn in zijn werk. “ Productiviteit en resultaten staan net als in de oude economie centraal, maar krijgen een andere invulling: “Het gaat er niet om hoeveel uur je aanwezig bent op kantoor, maar om efficiënt samenwerken, korte project-doorlooptijden, snel informatie kunnen vinden, dat soort dingen.” Starren stelt dat managers anders met hun medewerkers om moeten gaan: “Een moderne leidinggevende moet zich kunnen verplaatsen in zijn medewerkers. Kenniswerkers hebben het meeste baat bij uitdagend werk, zodat ze zich kunnen blijven ontwikkelen. Een projectleider moet hun werk dus steeds een beetje complexer maken. Dat is niet altijd in het belang van de organisatie, want iemand die aan iets nieuws begint, zal in het begin niet meteen presteren. Maar het gaat hier om meer dan geld: het gaat om het vasthouden van je medewerkers.” Deze veranderende wereld heeft ook gevolgen voor opleidingen van medewerkers en leidinggevenden. Volgens Starren gaan de ontwikkelingen zo snel, dat je moet oppassen voor al te praktische studies. Beter is het om bijvoorbeeld een nieuwe programmeertaal te leren én het systeem achter die taal. Want als die taal verouderd is, dan wordt het gemakkelijker om een nieuwe taal te leren. Hetzelfde geldt voor leidinggevenden: “In managementopleidingen is nu veel aandacht voor metakennis. Niet concreet hoe je leiding geeft, maar hoe je omgaat met veranderingen. Hoe je je eigen kracht vindt en van daaruit kunt werken. Trends zien, ontwikkelingen begrijpen. Deze vaardigheden zijn belangrijk voor moderne managers.”
Virtuele koffiepauze
Nijsten stelt dat deze nieuwe manier van werken om nieuwe spelregels vraagt. Bijvoorbeeld over de verdeling van werktijd en privétijd. “Je ziet nu al dat mensen op zondag hun e-mail afhandelen. Of dat ze SSRqs avonds vergaderen met teamleden in een andere tijdzone. Dat betekent dat je de privétijd, dus de hersteltijd, van medewerkers beïnvloedt. Je moet daar als organisatie duidelijke afspraken over maken. Dat werknemers bijvoorbeeld overdag privétijd krijgen als ze SSRqs avonds moeten werken.” Een andere uitdaging bij deze manier van werken is dat de binding met medewerkers afneemt. Niet iedereen is immers meer elke dag op kantoor. “Dat betekent dat je actief moet investeren in de band met en tussen je medewerkers. Er zijn virtuele teams die op een vast tijdstip een virtuele koffiepauze houden, waarin iedereen informeel met elkaar kan chatten.” Ook investeren organisaties in een aantrekkelijk kantoor om medewerkers over te halen daar te komen werken. “Er zijn bedrijven die hun kantine hebben omgebouwd tot grand café, met faciliteiten voor videovergaderen bijvoorbeeld, zodat medewerkers daar graag komen om te werken.”
Het Nieuwe Werken staat nogal in de belangstelling. Maar is het een hype of een trend? Nijsten krijgt die vraag vaak: “Het is een deel van de overgang van een industriële samenleving die top-down is georganiseerd naar een informatiesamenleving, die draait om kennis, netwerken en samenwerken. Het Nieuwe Werken is blijvend en zal zeker doorzetten.”
Organisaties die denken dat ze deze manier van werken bereiken door een biljart neer te zetten, slaan de plank mis. Nijsten: “Het is echt een andere manier van werken. Het draait om het faciliteren van medewerkers. Wij geven veel workshops over dit onderwerp en vragen wat mensen nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Het antwoord is vaak een goede informatievoorziening en instrumenten om op afstand te kunnen samenwerken. We hebben nog nooit iemand om een biljart horen vragen.”
Werken volgens het open-sourcemodel
Tjeerd Brenninkmeijer is een van de oprichters en directeuren van Hippo, een ontwikkelaar van enterprise content management en portalsoftware, met vijftig medewerkers in Amsterdam en San Francisco. Het ontwikkelt volgens het open-sourcemodel, en medewerkers van het bedrijf spelen een belangrijke rol binnen de internationale Apache-opensourcegemeenschap. “Onze medewerkers doen actief mee in de Apache-gemeenschap, door software te ontwikkelen en evenementen te organiseren. Wij gebruiken deze software in onze producten, dus het is ook in ons belang dat deze steeds wordt verbeterd.” Bij deze manier van werken horen een andere cultuur en werkwijze, zegt Brenninkmeijer: “In een traditioneel softwarebedrijf zet de CTO de lijnen uit en de medewerkers mogen code kloppen. Bij ons komen medewerkers zelf met verbeteringen, ze doen voorstellen op fora van de Apache-gemeenschap en na een proces van discussie en goedkeuring wordt deze software gemaakt.” Medewerkers doen dit op persoonlijke titel; als ze een goede bijdrage leveren, dan kunnen ze ‘Apache committer’ worden en krijgen ze een eigen Apache-e-mailadres. Ze zijn dan als het ware een erkend deskundige binnen deze gemeenschap. Dat is persoonsgebonden: als ze overstappen naar een ander bedrijf, dan houden ze deze titel.
Dit klinkt als ‘vrijheid-blijheid’. Toch maakt het bedrijf winst en stond het dit jaar op plaats 20 in de Fast 50, een door Deloitte opgestelde ranglijst van de snelst groeiende techbedrijven van Nederland. “Het is hier geen speeltuin, we zijn een bedrijf met een doel: de beste contentmanagementsoftware ter wereld maken. Alles wat we doen, moet daaraan bijdragen.” Met medewerkers wordt afgesproken hoeveel tijd ze waaraan besteden. “Urenregistratie is voor ons van groot belang.” Verder gebruikt Hippo een aantal tools, zoals Ohloh.net, om te zien hoeveel iemand waaraan heeft gewerkt.
Groter verband Het is een manier van werken binnen een groter verband dan de vier muren van het bedrijf en daar moeten sommige medewerkers aan wennen, zegt Brenninkmeijer: “Zeker mensen met tien tot vijftien jaar werkervaring die bij ons komen werken, vinden het vaak spannend om op zo’n open manier met de hele wereld te communiceren. Want iedereen kan zien of je netjes werkt, of je documentatie op orde is en hoe anderen je waarderen.” Overigens hoeft niet elke medewerker meteen op deze manier te werken. “Veel van onze klanten werken op de traditionele manier en daarom is het goed dat onze medewerkers dat wel kennen.” Daarnaast geeft het management de medewerkers de tijd om aan deze manier van werken te wennen: “Toen we in 1999 begonnen, wilden we dat iedereen na een jaar volgens het open-sourcemodel zou werken. Dat hebben we laten varen. Overgaan op deze manier van werken is een evolutie, iedereen in de organisatie moet het zelf willen, anders werkt het niet.” |
Werken in Maastricht, Amsterdam, thuis en in de trein
Nadine Huijnen werkt bij Vodafone. Voor HR en interne communicatie heeft ze de afgelopen maanden intensief gewerkt aan onder meer een onlinecampagne om nieuwe medewerkers te werven voor het tweede hoofdkantoor van Vodafone in Amsterdam. Haar werkplek is soms het hoofdkantoor in Maastricht, soms het nieuwe hoofdkantoor in Amsterdam. “Ik heb een bepaalde rol en bepaalde taken. Ik kan werken in Maastricht of in Amsterdam, in de trein of thuis. Niet waar ik fysiek aanwezig ben, maar de resultaten die ik behaal zijn bepalend.” Ze heeft een laptop en BlackBerry en gebruikt software om met haar collega’s te communiceren via chat en video.
“We gebruiken bijvoorbeeld Office Communicator van Microsoft. Je kunt elkaar dan niet alleen zien via de webcam, chatten en bestanden delen, maar ook zien wie er in vergadering zit of afwezig is. Dat geeft een zekere stabiliteit en vertrouwen, ook voor je leidinggevende. Want je ziet of mensen aan het werk zijn.” Haar collega’s werken vanuit verschillende kantoorlocaties en om ervoor te zorgen dat het teamgevoel behouden blijft, is er drie keer per week kort afdelingsoverleg. “Er zijn op beide hoofdkantoren vergaderruimtes met mogelijkheden voor videoconferencing. Via het scherm zijn dan beide groepen in beeld, we kunnen ook samen naar dezelfde presentatie kijken.” Door mobiel te werken worden fysieke belemmeringen weg-genomen, zegt Huijnen. “Ik woon in Maastricht. Als ik naar Amsterdam ga, dan stap ik om tien voor zeven in de trein en lees ik mijn e-mail, die ik de dag daarvoor vanaf een uur of vier heb opgespaard. Ik ben rond negen uur op kantoor en ga dan eerst ontbijten. En ik reis voor de spits terug, zodat ik rustig in de trein kan werken.” De mobiele technologie geeft haar de vrijheid om haar tijd zo efficiënt mogelijk in te delen, zegt ze. Ze vindt het niet vervelend dat daardoor werk en privé in elkaar overlopen. “Je kunt zelf bepalen of je je telefoon aan laat staan, of wanneer je je laptop openklapt. Als je je resultaten maar behaalt.”
Loopbaan Welke effecten heeft deze manier van werken op de ontwikkeling van haar loopbaan? “Door de vrijheid waarmee ik werk en privé zelf kan inrichten, blijf ik gemotiveerd in mijn huidige functie. Het plezier in mijn werk is enorm toegenomen, juist omdat ik af en toe een uur iets anders kan doen als dat noodzakelijk is. Op dit moment ben ik bijvoorbeeld bezig met een verbouwing thuis. Soms even iets moeten regelen kan ik nu gewoon overdag doen. Ik werk dan ’s avonds wat langer door.” |
Reacties
Plaats een reactie op dit artikel